Werkgevers vinden duurzame inzetbaarheid minder belangrijk vanwege crisis en flexwerk

Werkgevers vinden duurzame inzetbaarheid minder belangrijk vanwege crisis en flexwerk

Wie dacht dat alle aandacht voor goed werkgeverschap, stimulering van ‘zwakkere’ groepen, leven lang leren en kwaliteiten van ouderen ook tot verbeteringen zouden leiden, die wordt door het SCP weer met beide benen op de grond gezet. Tenminste als het om de opinie van werkgevers gaat. De prioriteit om te investeringen in personeel is belangrijk gedaald vergeleken met de voorgaande peiling in 2011. Oorzaken zijn vooral te vinden in de economische crisis en de toenemende flexibilisering van de arbeidsrelaties.

Het arbeidsmarktbeleid van de overheid is erop gericht de arbeidsdeelname te verhogen. Een belangrijke rol is weggelegd voor de werkgevers. Investeringen in het personeel zijn van belang om werknemers duurzaam inzetbaar te houden. Welk personeelsbeleid voeren ondernemers en gaan de ontwikkelingen in de door de overheid gewenste richting?

Het antwoord kan alleen maar “nee” zijn na lezing van Vraag naar arbeid 2015. De SCP-publicatie is gebaseerd op een langlopend onderzoek onder bijna 3000 werkgevers en wordt elke twee jaar herhaald. De studie beschrijft de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vanuit het perspectief van werkgevers. Belangrijke thema’s die aan bod komen, zijn: arbeidsmobiliteit, flexibilisering, duurzame inzetbaarheid en diversiteitsbeleid.

Enkele conclusies op een rij:

  • Werkgevers gaven in 2013 minder prioriteit aan investeringen in het personeelsbeleid, zoals scholing en arbeidsvoorwaarden, dan in 2011. Arbeidsomstandigheden kregen het afgelopen decennium al steeds minder aandacht van werkgevers.
  • Ook de prioriteit voor het aantrekken van niet-westerse migranten en voor ‘meer vrouwen aan de top’, daalde in 2013 ten opzichte van 2011. De aandacht voor het aantrekken van mensen met gezondheidsbeperkingen bleef gelijk.
  • Het aandeel bedrijven dat zogenoemde van-werk-naar-werk activiteiten heeft ingezet (mensen die ontslagen dreigen te worden naar een andere baan begeleiden) is in de periode 2007-2013 afgenomen.
  • Werkgevers vinden het steeds vaker gewenst dat ouderen na hun zestigste doorwerken. Zij vinden de loonkosten van oudere werknemers echter vaak te hoog in vergelijking met hun productiviteit.
  • Werkgevers zijn positiever over de toekomst: het aandeel bedrijven dat een omzetstijging verwacht, nam in 2013 voor het eerst weer toe, van ruim 30% in 2011 naar 44%.

Investeren in personeel krijgt minder prioriteit van werkgevers

Werkgevers gaven in 2013 minder vaak prioriteit aan investeringen in het personeelsbeleid, zoals scholing en arbeidsvoorwaarden dan in 2011. Gaf in 2011 nog 72% van de werkgevers prioriteit aan deze thema’s, in 2013 was dit ca. 66%. Ook nam de prioriteit voor het aantrekken van niet-westerse migranten en voor meer vrouwen aan de top af (van 12% naar 9% en van 18% naar 14%). In de periode 2003-2013 kregen arbeidsomstandigheden steeds minder vaak aandacht (van 85% naar 78%).

Investeringen in scholing en van-werk-naar-werk-activiteiten nemen niet toe

Meer specifiek zien we deze tendens terug in een aantal ontwikkelingen. Ten eerste nemen investeringen van werkgevers in scholing niet toe, ondanks de maatschappelijke aandacht voor de ‘duurzame inzetbaarheid’ van werknemers. Het aandeel bedrijven met werknemers dat een cursus of opleiding volgde, lag in de periode 1994-2012 steeds tussen de 70% en 80%. Ten tweede nam het aandeel bedrijven dat van-werk-naar-werk-activeiten toepast (het begeleiden van met ontslag bedreigd personeel naar ander werk), af van 35% in 2007 naar 27% in 2013. Tegelijkertijd nam het aandeel bedrijven dat bezig is met inkrimping van het personeelsbestand toe. Juist in een tijd dat het het hardst nodig is, zijn van-werk-naar-werk-activiteiten voor werkgevers blijkbaar moeilijk te realiseren.

Weinig aandacht voor diversiteitsbeleid

Terwijl de overheid wil dat ook de ‘kwetsbare groepen’ een plek vinden op de arbeidsmarkt, vinden werkgevers specifiek beleid voor doelgroepen niet zo belangrijk. Dit geldt met name voor mensen met gezondheidsbeperkingen en niet-westerse migranten; slechts 9% van de werkgevers gaf dit in 2013 prioriteit binnen de eigen organisatie. Werkgevers vinden ouderenbeleid wel belangrijk: 39% geeft hieraan prioriteit. Werkgevers vinden het ook steeds vaker gewenst dat ouderen na hun zestigste doorwerken. Een kwart van de werkgevers met ouderen in dienst vindt de loonkosten van ouderen echter hoger dan hun productiviteit.

Een mogelijke verklaring voor de verminderde prioriteit voor investeringen in personeel is de economische crisis. We zien de economische crisis duidelijk terug in de cijfers: in 2013 geeft bijna de helft van de bedrijven (47%) aan dat de omzet is afgenomen, in 2011 was dit 40%. In 2013 waren ook meer bedrijven bezig met inkrimping van het personeelsbestand dan in 2011.

Een andere mogelijke verklaring voor deze tendens is de flexibilisering van de arbeidsrelaties. Terwijl in de jaren ’90 van de vorige eeuw 30% van de bedrijven tijdelijke contracten inzette, was dat in 2013 verdubbeld (63%). Door tijdelijke contracten hebben werkgevers waarschijnlijk minder prikkels om te investeren in personeel. De arbeidsrelatie heeft immers een kortere horizon en de investeringen gaan voor het bedrijf verloren als de werknemer weggaat. De cijfers laten zien dat werkgevers meer investeren in vaste krachten: vaste werknemers volgen vaker een cursus of opleiding dan tijdelijk personeel.

De onderzoekers van het Sociaal Cultureel Planbureau SCP willen niet geheel in mineur eindigen. Ondanks de economische crisis, zo constateren zij, schemerde in het Arbeidsvraagpanel van 2013 toch ook een naderende opleving door: steeds meer werkgevers zijn positief over de toekomst.
“Mogelijk dat economisch betere tijden tot meer investeringen in duurzame inzetbaarheid leiden. Dan zou de verminderde prioriteit voor het personeelsbeleid conjunctureel zijn; maar dat moet nog blijken”, aldus het SCP.

  Vraag naar Arbeid

Lees ook: