Vier redenen waarom de werkloosheid zo hoog blijft

Vier redenen waarom de werkloosheid zo hoog blijft

De economie is terug op het niveau van voor de crisis, maar de werkloosheid daalt nauwelijks: van 6,9 procent dit jaar naar 6,7 procent in 2016. Dat is historisch een hoog percentage – in de jaren voor de crisis lag de werkloosheid tussen de 3 en de 6 procent. Er zijn grofweg vier oorzaken voor de langzame “trage” daling van de werkloosheid.

  1. De arbeidsmarkt loopt achter op de economie

Bij een verbeterd economisch klimaat kijken bedrijven eerst of ze extra werk kunnen opvangen met het huidige personeel. Dat leidt dit jaar tot 2 procent meer arbeidsproductiviteit (de productie per werknemer). Pas als het bestaande personeel volledig is belast, worden nieuwe mensen aangenomen. Eerst een hogere arbeidsproductiviteit, dan meer uitzendkrachten, en dan meer reguliere banen. Het is een bekend patroon.

Het herstel gaat wel “trager dan verwacht”, zegt de Tilburgse hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen. “Trager ook dan in andere Europese landen. Je kunt je afvragen of de problemen in Nederland niet structureel zijn.”

  1. Flexmarkt biedt geen soelaas

Eén typisch Nederlandse karaktertrek is de razendsnelle flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het verlies aan 600.000 vaste banen wordt echter maar heel gedeeltelijk opgevangen door de nieuwe ‘flexmarkt’. Deze zomer hadden 63.000 meer jongeren werk dan een jaar geleden, zo meldde het CBS onlangs, maar dat zijn hoofdzakelijk deeltijdbanen tot twaalf uur per week.

Wilthagen: “Zij verdwijnen uit de werkloosheidsstatistieken, maar willen vast meer werken. In het Engels heeft zoiets underemployment. Het wordt tijd om een Nederlandse term te vinden.”

  1. Meer mensen komen de arbeidsmarkt op

Het aantal beschikbare banen stijgt weliswaar, maar ook het aantal werkzoekenden neemt toe. Het zijn vooral vrouwen en vijftigplussers  die zich tijdens de crisis ‘ontmoedigd’ voelden om werk te zoeken. Zij zullen zich volgend jaar weer als werkzoekende melden, denkt het CPB. Ook het kabinet maakt werken aantrekkelijker: het verhoogt de arbeidskorting (het belastingvoordeel voor werkenden) en subsidieert kinderopvang weer wat meer.

Voor lang niet alle ‘ontmoedigde’ herintreders zal plek zijn. Wilthagen: “Ouderen zijn vaak niet populair bij werkgevers. Ze zijn duur, vaker ziek en hebben meer behoefte aan vaste contracten. Val je eenmaal uit als oudere, dan kom je ook niet meer terug.”

  1. Minder banen in de zorg en bij de overheid

Door bezuinigingen is er minder werk bij de overheid en in de zorg – de “banenmotoren van voor de crisis”, zegt Wilthagen. De werkgelegenheid in de zorg daalt sinds 2013. Dit is “een van de verklaringen voor het feit dat de werkloosheid langzamer terugloopt dan na eerdere perioden van lage of negatieve groei”, stelt het CPB.

Wilthagen: “Mensen die in de zorg werkten, vaak vrouwen, zien zichzelf niet gauw ergens anders werken. Soms in andere ‘service’-beroepen, zoals in de detailhandel. Maar nu winkels verdwijnen door de internethandel, is daar ook niet veel plek.”

Bron: NRCQ, CPB

 

Lees ook:

Tags assigned to this article:
economiewerkgelegenheidwerkmarkt