Nieuwe berekening van het WW-dagloon door UWV grote strop voor starters en flexwerkers

Nieuwe berekening van het WW-dagloon door UWV grote strop voor starters en flexwerkers

Veel mensen dreigen door een nieuwe wijze van berekenen een veel lagere WW-uitkering te krijgen en daarmee in grote problemen te komen. Dat kan niet de bedoeling zijn van de gewijzigde regelgeving. Ik roep de minister op zo snel mogelijk de berekening van het zogenoemde dagloon te repareren.” CNV Voorzitter Maurice Limmen reageert op een verandering in de rekenwijze voor het recht op WW, die per 1 juli jongstleden is ingegaan. Het CNV roept Minister Asscher op: “Repareer zo snel mogelijk de berekening van het WW-dagloon.”

Het zogenoemde dagloon waar de CNV voorzitter naar verwijst is het gemiddeld verdiende loon per dag waarover de hoogte van de WW-uitkering wordt berekend. Voor 1 juli werd het dagloon nog berekend door het loon -verdiend in het jaar voorafgaand aan de werkloosheid- te delen door het aantal gewerkte dagen. Als er niet het gehele jaar was gewerkt, telden alleen de daadwerkelijk gewerkte dagen bij de laatste werkgever voor de berekening van de WW hoogte. Maar vanaf 1 juli wordt het loon van het jaar voorafgaand aan de WW gedeeld door het totaal aantal werkdagen in een jaar (261), ongeacht of er nu wel of niet het hele jaar is gewerkt. Dit betekent een veel lager gemiddeld dagloon en dus een veel lagere basis voor een WW-uitkering.

Bijvoorbeeld: Stel je hebt het eerste half jaar van het jaar niet gewerkt, omdat je dan nog fulltime een studie volgt. Het tweede half jaar (130 werkdagen) werk je op basis van een tijdelijk contract en verdien je 6.000 euro. In de oude situatie was het dagloon waarop je WW werd gebaseerd: 6.000/130 = 46,15 euro. In de nieuwe situatie wordt echter het gehele jaar meegeteld, ook al heb je de eerste helft niet gewerkt. Het dagloon waarover je WW wordt berekend is daarmee opeens meer dan gehalveerd: 6.000/261 = 22,99 euro.

De nieuwe regeling levert vooral voor mensen die niet het hele jaar hebben gewerkt een grote strop op, zoals starters of herintreders, maar ook mensen die vanuit de WW een tijdelijke baan accepteren kunnen negatieve gevolgen ondervinden van de nieuwe rekenmethode. Daarbovenop is een extra nadeel van de nieuwe rekenmethode dat in de meeste gevallen de laatste maand voorafgaand aan de WW, en soms zelfs twee maanden, niet meegerekend kunnen worden (dit kan niet vanwege administratieve redenen). In dat geval wordt de strop nog groter (zie rekenvoorbeelden onderaan).

De CNV voorzitter is er niet op tegen dat er voor de berekening van het dagloon wordt teruggekeken naar het daadwerkelijk ontvangen loon in het voorafgaande jaar. Maar dan moet dat gedeeld worden door het aantal dagen dat ook daadwerkelijk is gewerkt: ‘Anders worden de WW-rechten onterecht flink uitgekleed en levert de WW niet meer waarvoor het is bedoeld, namelijk inkomenszekerheid bij werkloosheid. Voor sommige mensen wordt dan het gat tussen het loon uit werk en de hoogte van de WW-uitkering onaanvaardbaar te groot. Mensen zien dit niet aankomen, zij verwachten een WW-uitkering gebaseerd op 70 procent van het laatst verdiende loon en kunnen zo dus in grote problemen komen. Dat moeten we niet willen, daarom heb ik de minister opgeroepen dit zo snel mogelijk te repareren.’

De nieuwe regels zijn begin april door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gepubliceerd in het zogenaamde Dagloonbesluit. Omdat dit lagere regelgeving is hoeft dit besluit niet langs de Tweede Kamer. Limmen: ‘Er is te weinig aandacht voor deze verandering in de regelgeving. Het UWV besteedt er sinds kort aandacht aan. Maar ik denk niet dat veel mensen al in de gaten hebben wat dit voor hen gaat betekenen. Ik verwacht in de loop van augustus de eerste meldingen van onze leden die na 1 juli een WW-uitkering hebben moeten aanvragen. Zij hebben dan een brief van het UWV ontvangen met daarin de veel lagere berekening van hun WW.’

Voorbeeld berekeningen:

Met ingang van 1 juli 2015 zijn nieuwe regels van kracht om het dagloon voor een WW-uitkering te berekenen. Het CNV concludeert dat deze rekenregels ongewenste effecten hebben. In de onderstaande voorbeelden wordt dit voor een aantal mogelijke situaties toegelicht.
De voorbeelden zijn uiteraard fictief, in alle gevallen wordt ervan uitgegaan dat aan de zogenoemde wekeneis is voldaan. In die wekeneis staat dat de persoon die werkloos wordt in de daaraan voorafgaande 36 weken tenminste 26 weken moet hebben gewerkt, zodat er een recht op WW ontstaat. Voor de dagloonberekening wordt uitgegaan van de nieuwe methode dat een jaar 261 dagloondagen telt. Een maand telt (261 : 12 =) 21,75 dagloondagen. Het vakantiegeld is voor de overzichtelijkheid buiten beschouwing gelaten in deze voorbeelden.
Het jaar voorafgaand aan de werkloosheid is richting gevend voor de hoogte van de WW en wordt gebruikt om het dagloon te bepalen. Dit wordt de ‘referteperiode’ genoemd. Dit levert een tweede nadeel op voor nieuwe werklozen. Om de nieuwe regeling uit te kunnen voeren rekent het UWV vaak de laatste weken niet mee in de berekening. En wordt er uitgegaan van de laatste dag van de tweede maand voorafgaand aan de maand waarin je werkloos wordt. Bijvoorbeeld: voor iemand die in mei werkloos wordt, eindigt de referteperiode op 31 maart. Dat betekent dat gerekend wordt over de periode van 1 april – 31 maart. Daarmee is iemand die op 1 mei werkloos wordt, (ongeveer) 4 weken inkomen kwijt. En iemand die op 30 mei werkloos wordt verliest 8 weken in de berekening.

 

Arie was 17 jaar toen hij ging werken en is 57 jaar als hij werkloos wordt. Hij heeft een arbeidsverleden van meer dan 38 jaar, wat hem een recht op WW van 38 maanden oplevert. Arie heeft recht op een dagloon van €130,-, zijn WW-uitkering bedraagt op basis daarvan: €91,-. Na 13 maanden krijgt Arie werk aangeboden voor 7 maanden. Hij verdient hiermee €100,- per dag. Arie voldoet aan de wekeneis; hij heeft genoeg weken gewerkt om een nieuw recht op WW te laten ontstaan. Zijn oude uitkering herleeft niet en Arie’s nieuwe dagloon wordt als volgt: (6 x 21,75 x 100):261 = € 50,-. De uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het dagloon, en daarna 70%. Arie’s uitkering bedraagt dan 2 maanden €37,50 en daarna € 35,- per dag. Met andere woorden, zijn uitkering ligt dus tussen de 35 en 40% van het loon dat hij in de laatste 7 maanden verdiende. Werken is voor Arie lonend, want hij verdient meer dan zijn WW uitkering bedroeg. Echter, als Arie vervolgens weer een WW-uitkering aanvraagt, wordt Arie geconfronteerd met een gigantische inkomensachteruitgang en een veel lagere uitkering dan hij eerst had.

Daphne is 21 en net klaar met haar opleiding. Ze vindt tijdelijk werk voor de duur van 6 maanden. Zij verdient € 80,- per dag. Na 6 maanden wordt haar contract niet verlengd en wordt ze werkloos. Ze heeft recht op 3 maanden WW. Haar dagloon bedraagt (5 x 21,75 x 80):261 = € 33,33. Volgens de oude dagloonregels zou Daphne haar dagloon berekend worden over de periode die ze in de referteperiode daadwerkelijk gewerkt heeft. Haar dagloon zou dan (5 x 21,75 x 80):(5 x 21,75) = €80,- bedragen.

Dirk komt uit de bijstand. Hij heeft een tijdelijk contract van 9 maanden en verdient per dag €100,-. Dirk is ziek als zijn contract afloopt en treedt dus ziek uit dienst: hij is ziek als hij werkloos wordt. Hij komt eerst in de ziektewet (ZW). Zijn dagloon in de ZW is € 100,- omdat het tijdens het dienstverband verdiende loon voor de ZW nog wél wordt gedeeld door het aantal daadwerkelijk gewerkte dagloondagen en niet door 261 dagloondagen zoals bij de WW. (het dagloon voor de ZW wordt wel gerelateerd aan het (feitelijke) dienstverband. In de ZW is het dagloon gerelateerd aan het inkomen gedurende het dienstverband.) Als Dirk na 4 maanden weer beter is, gaat hij alsnog in de WW. Zijn dagloon WW is (8×21,75×100):261 = €66,67. In de oude situatie zou Dirk zijn WW-dagloon gelijk zijn aan dat voor de ZW. Dat betekent dat in de oude situatie Dirk geen inkomensval zou maken bij zijn betermelding. In de nieuwe situatie gaat hij er opeens in inkomen op achteruit.

Bron: C

Lees ook:

Tags assigned to this article:
professionalsre-integratieuwvWW