Nieuw UWV-beleid geeft meer ontslagbescherming aan payrollwerknemers

Nieuw UWV-beleid geeft  meer ontslagbescherming aan payrollwerknemers

‘Ontzorging’ is het belangrijkste motief voor werkgevers om te kiezen voor de payrollconstructie. Een belangrijk bijkomend motief om te kiezen voor de payrollconstructie was dat deze payrollwerknemers tot voor kort gemakkelijker konden worden ontslagen. Vanaf 1 januari 2015 hanteert het UWV bij ontslagaanvragen dezelfde criteria als bij de toetsing van ontslagaanvragen voor ‘eigen’ werknemers. Hierdoor is de payrollconstructie minder aantrekkelijk geworden voor werkgevers die vooral de ruime ontslagmogelijkheden van payrolling interessant vinden.

payrollconstructie en uitzendovereenkomst

Vanaf 2008 is de payrollconstructie opgekomen als een alternatief voor de arbeidsovereenkomst met de werkgever waarbij een werknemer feitelijk werkzaam is. De payrollconstructie is ontwikkeld op basis van de uitzendovereenkomst maar vertoont daarmee ook enkele verschillen. Het belangrijkste verschil is dat bij de payrollconstructie de werkgever waarbij een werknemer feitelijk werkt en niet het bedrijf waarbij die werknemer op de loonlijst (‘payroll) staat, de werknemer werft en selecteert. Bij de uitzendovereenkomst doet het uitzendbureau dit. Verder is de uitzendovereenkomst bedoeld voor tijdelijk werk, terwijl de payrollconstructie bedoeld is voor langdurige arbeidsrelaties.

motieven van werkgevers voor de payrollconstructie

‘Ontzorging’ is het belangrijkste motief voor werkgevers om te kiezen voor de payrollconstructie. Deze constructie bevrijdt hen van de administratieve lasten en de risico’s die behoren bij het werkgeverschap. Denk bij die risico’s bijvoorbeeld aan de tweejarige loondoorbetalingsplicht en de re-integratieverplichtingen voor zieke werknemers. Een belangrijk bijkomend motief om te kiezen voor de payrollconstructie was dat werknemers die werkzaam zijn op basis van deze constructie tot voor kort gemakkelijker konden worden ontslagen. Hoe kwam dat en wat is daarin veranderd?

oud UWV-beleid: opzegging van een payrollopdracht is een bedrijfseconomische reden voor ontslag

Op grond van UWV-beleid uit 2009 gold opzegging van een payrollopdracht door de feitelijke werkgever van een werknemer voor het payrollbedrijf waarbij die werknemer op de loonlijst staat als een bedrijfseconomische reden voor ontslag van die werknemer. Dat was ook zo als de opzegging van de opdracht niet werd ingegeven door bedrijfseconomische omstandigheden van de feitelijke werkgever maar bijvoorbeeld door disfunctioneren van de werknemer. Het UWV toetste dat disfunctioneren dan niet. Daardoor konden werknemers die werken op basis van een payrollconstructie gemakkelijker worden ontslagen dan hun collega’s die werken op basis van een arbeidsovereenkomst met hun feitelijke werkgever.

nieuw UWV-beleid: in principe gelijke ontslagvoorwaarden met en zonder payrollconstructie

Vanaf 1 januari 2015 toetst het UWV bij ontslagaanvragen voor werknemers die werken op basis van een payrollconstructie de reden waarom hun feitelijke werkgever hen wil ontslaan. Bij die toetsing hanteert het UWV dezelfde criteria als bij de toetsing van ontslagaanvragen voor ‘eigen’ werknemers van de feitelijke werkgever. Daarmee is de kans op ontslag voor payrollwerknemers zo goed als gelijk geworden aan die voor ‘gewone’ werknemers. Het enige verschil is dat bedrijfseconomische omstandigheden van het payrollbedrijf waarbij een payrollwerknemer op de loonlijst staat, in uitzonderlijke gevallen eveneens kunnen leiden tot het ontslag van die werknemer. De feitelijke werkgever moet dan voor die werknemer minstens drie maanden niets meer aan het payrollbedrijf hebben betaald en het payrollbedrijf moet voldoende hebben gedaan om die betaling af te dwingen.

overgangsrecht: nieuw beleid geldt alleen voor overeenkomsten die ingaan vanaf 1 januari 2015

Op grond van een overgangsbepaling geldt het nieuwe UWV-beleid niet voor overeenkomsten tussen een payrollbedrijf en een payrollwerknemer die zijn ingegaan voor 1 januari 2015. Op het ontslag van werknemers die werken op basis van zulke overeenkomsten blijft het oude beleid van toepassing.

het einde van de payrollconstructie?

Het nieuwe UWV-beleid maakt de payrollconstructie minder aantrekkelijk voor werkgevers die hiervoor kiezen vanwege de ruime ontslagmogelijkheden. De payrollconstructie blijft voor werkgevers echter aantrekkelijk omdat zij hun administratieve lasten verlicht en hun risico’s beperkt. Het nieuwe UWV-beleid betekent dan ook niet het einde van de payrollconstructie.

Bron: CAOP

 

Lees ook:

Tags assigned to this article:
flexgemeenteHRMontslagwerkgever