Maatregelen voor re-integratie effectiever door gerichte inzet op specifieke groepen

Re-integratie is het meest effectief als de beschikbare maatregelen zoals bemiddeling, subsidies en scholing gericht worden ingezet voor specifieke groepen. Geen enkel instrument werkt even goed voor alle groepen. Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB-rapport ‘Kansrijk Arbeidsmarktbeleid deel 2’ informeert politici, beleidsmakers en bestuurders over verschillende arbeidsmarktinstrumenten en over de effecten daarvan op de lange termijn. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld fors bezuinigd op de re-integratie van WW-gerechtigden. Als beleid erin slaagt om extra middelen daar in te zetten waar ze het meest effectief zijn, dan is er winst te behalen. De effectiviteit van re-integratie-instrumenten verschilt per groep. Daarom is het van belang dat instrumenten gericht worden ingezet. Dat kan door de consequente inzet van profiling en targeting. Profiling is het vaststellen van wat werkt voor een specifieke groep. Targeting is het gericht inzetten van instrumenten op een specifieke groep.

Begeleiding en bemiddeling zijn, samen met controle op verplichtingen, het meest effectief voor mensen die een redelijke kans hebben om een baan te vinden. Voor mensen met minder kans op werk zijn ook subsidies op de loonkosten effectief. Scholing is alleen nuttig bij werkzoekenden die een grote kans hebben om langdurige werkloos te worden. De positieve effecten van scholing gelden vooral op de langere termijn. In het begin leidt scholing juist tot minder kans om een baan te vinden, omdat mensen minder hard zoeken. Op langere termijn hebben ze echter wel een grotere kans op werk.

Soms kan beleid worden overwogen dat zichzelf niet terugverdient, bijvoorbeeld voor de groep mensen die niet in staat is op eigen kracht het minimumloon te verdienen. De wens om zoveel mogelijk mensen, ook uit deze groep, te laten werken is dan gebaseerd op het idee dat dit goed is voor hen. Het leidt tot minder sociale uitsluiting en ongelijkheid en mogelijk ook tot een betere gezondheid en minder criminaliteit.

De laatste jaren is er meer kennis beschikbaar gekomen over de effectiviteit van de verschillende instrumenten, maar er bestaat nog steeds een grote behoefte aan meer inzicht over wat werkt voor wie en wanneer. Van veel beleid is nog steeds weinig bekend over de effecten. Goede registratie van de ingezette instrumenten is essentieel; dit gebeurt momenteel onvoldoende. Ook is het belangrijk om nieuwe instrumenten consequent te toetsen en te evalueren, zodat de beschikbare informatie up-to-date is en de recentste inzichten beschikbaar zijn.

Het CPB-rapport ‘Kansrijk Arbeidsmarktbeleid deel 2’ is een vervolg op deel 1 dat verscheen op 26 april 2015 en de onderwerpen sociale zekerheid, ontslagbescherming en fiscaal beleid behandelde. Deel 2 belicht naast actief arbeidsmarktbeleid ook beleidsopties op het gebied van lonen en de Algemene Ouderdomswet (AOW). Het rapport belicht varianten op verhoging of verlaging van het minimumloon, aanpassingen in arbeidstijden en verlofregelingen, het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s), bovenwettelijke aanvullingen in cao’s, ambtenarensalarissen, loonprofielen en topbeloningen. Op het terrein van de AOW komen varianten aan de orde zoals verhoging of verlaging van de AOW-leeftijd en AOW-uitkeringen.

Bron: CPB

Lees ook: