De één zijn baan is de anderen hun uitkering. Over de paradox van het solliciteren in tijden van crises

De één zijn baan is de anderen hun uitkering. Over de paradox van het solliciteren in tijden van crises

Wie werkloos is en voor het inkomen de eigen broek niet kan ophouden, komt in de regel in aanmerking voor financiële bijstand. In ons land komt dat neer op een WW-uitkering van UWV of een bijstandsuitkering van de gemeente. Daarvoor hanteren wij naast het principe van ‘het recht hebben op’ ook steeds meer het principe van de wederkerigheid. Oftewel: wie wat krijgt, mag er ook wel wat voor (terug) doen.

door Mejo Huizer, werkkundige

Hoewel er door ons steeds meer ‘terug’ wordt verlangd van die uitkeringstrekkenden is het allereerste wel dat ‘men’ zijn stinkende best doet om weer aan werk te komen. Betaald werk natuurlijk, want het gaat er vooral om dat ‘men’ niet meer zomaar van ónze centen leeft. [Een zeker niet ook nog eens eerst lekker op vakantie gaat, voordat die nieuwe baan is gevonden, maar dat terzijde.]
UWV en gemeenten hanteren daarom de sollicitatieplicht met de achterliggende gedachte dat wie actief zoekt naar werk, eerder ook werk zal vinden. Ook een betaalde baan komt je immers meestal niet aanwaaien, de geluksvogels daargelaten.

Aan deze mindset wordt door weinigen getwijfeld noch getornd … als het om de individuele werkzoekende gaat. Actief, kundig en positief gestemd naar een baan zoeken, dat werkt beter. Doen dus!

Als het echter om de algemene werkloosheid gaat, de optelsom van de individuele werkzoekenden, is het een ander verhaal. In tijden van crises – en we beleven nu een wel heel Grote Crisis – zijn er veel werkzoekenden en weinig openstaande banen.

Omdat Karin op cursus is geweest, kan zij net iets beter solliciteren dan Pieter, Kees, Marga, Jonna, John en Marleen. Karin krijgt dus de baan en niet Pieter, Kees, Marga, Jonna, John en Marleen. Met een verhouding van 1 op 6 of 1 baan op 7 werkzoekenden blijven er altijd 5 of 6 keer zoveel werkzoekenden achter.

Als het om de algemene werkloosheid gaat, maakt het dus niet uit wíe de baan krijgt. Er blijven immers net zoveel werkzoekenden en dus uitkeringstrekkenden over.

Vanuit dat perspectief is het een vreemde mindset om te verwachten dat als iedere werkzoekende  nog beter zijn of haar stinkende best doet, het ook wel beter zal gaan met de werkgelegenheid. Dat er dan wel meer mensen weer aan het werk gaan komen. [Uitgezonderd de coaches en trainers die werkzoekenden zoals Karin helpen om voorrang te verkrijgen op concullega werkzoekenden zoals Pieter, Kees, Marga, Jonna, John en Marleen.]

Vanuit het perspectief van de algemene werkloosheid is het ook een vreemde mindset om werkzoekenden te verplichten om veel te solliciteren (lees: reageren op vacatures) én hen dus bij het niet behalen van de target deze maand met een strafkorting op de uitkering te trakteren.

De afgelopen jaren hebben we met elkaar in Nederland het probleem van de sterk krimpende werkgelegenheid vooral als een individueel, als een heel persoonlijk  probleem geadresseerd.
In tijden van crises geldt er echter een vervelende paradox van het solliciteren: de één zijn verworven baan is de anderen hun uitkering.
En daar kan die éne werkzoekende helemaal niets aan veranderen! En die andere 700.000 ook niet trouwens.

Lees ook:

Tags assigned to this article:
mindsetparadoxsolliciterenwerkloos