Beperking nadelen flexwerk vraagt om politieke keuzes

Beperking nadelen flexwerk vraagt om politieke keuzes

De toenemende flexibilisering op de arbeidsmarkt heeft economische voor- en nadelen. De nadelen slaan relatief sterk neer bij de zwakkere groepen op de arbeidsmarkt. Er zijn oplossingen denkbaar om die nadelen van flexibel werk te beperken. Maar die hebben elk voor- en nadelen, stelt het Centraal Planbureau in het onderzoeksrapport ‘Flexibiliteit op de arbeidsmarkt’. De keuzes zijn dan ook niet eenvoudig en politiek geladen.  

Op dit moment werken zes van de tien mensen op een vast contract. Tien jaar geleden waren dat er meer dan zeven. De stijging van flexibel werk zit vooral bij de lagere en middeninkomens. Jongeren verrichten relatief vaak flexibele arbeid, maar vinden uiteindelijk vaak alsnog een vaste baan. Ouderen en laag- en middelopgeleiden hebben ook steeds vaker een flexibel contract. Zij hebben vaker te maken met hogere werkloosheid, armoede en een hoge werkbelasting en zij volgen minder scholing dan werknemers met een vast contract.

Uitdagingen en oplossingen

De uitdaging bij mogelijke oplossingen is om de werkgelegenheid, arbeidsproductiviteit en houdbaarheid van de welvaartsstaat niet te schaden. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: meer regels voor flexibel werk invoeren, of de verschillen tussen de kosten en risico’s van de verschillende arbeidsrelaties verkleinen. Uiteindelijk gaat het hierbij om een politieke afweging.

Meer regels voor bescherming flex helpt niet direct

Elke oplossingsrichting heeft voor- en nadelen. Dat maakt de keuze niet eenvoudig, stelt het CPB.

Wanneer meer regels worden ingevoerd om werkenden zonder een vast contract beter te beschermen, blijft de financiële prikkel bestaan om het vaste contract te vermijden. De kosten en risico’s die aan het vaste contract zijn verbonden, blijven dan immers gelijk.

De smalle en de brede oplossing

Voor vermindering van de verschillen in kosten en risico’s tussen de verschillende arbeidsrelaties schetst het CPB twee varianten: een smalle en een brede.

  1. In de smalle variant worden de kosten- en risicoverschillen afgebouwd door de baanbescherming en sociale zekerheid van (vaste) werknemers te versoberen. De werkgelegenheid en het aantal vaste banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt kunnen worden vergroot. In een milde vorm hiervan worden kwetsbare groepen minder geraakt door een verlaging van het maximumdagloon (de basis voor de berekening van o.a. de WW-uitkering) en een maximale transitievergoeding.
  2. De brede variant gaat naar een stelsel met meer uniforme regelingen voor arbeidsongeschiktheid, pensioen en scholing. Doordat alle werkenden dan onder deze regelingen vallen, nemen de verschillen tussen de soorten arbeidsrelaties af. In deze variant krijgen werkenden meer bescherming en verzekering. Daar staat tegenover dat het lastig is onbedoelde instroom te voorkomen en de daarmee gepaard gaande kosten te beheersen. Er kan ook worden gekozen voor aparte regelingen voor zelfstandigen.

Download het onderzoek CPB-onderzoek Flexibiliteit op de arbeidsmarkt

Bron: CPB

Lees ook: