20 gemeenten weigeren de tegenprestatie als verplichtend conform de wet te regelen

29 van de 393 gemeenten hebben het beleid rond de tegenprestatie niet in lijn met de Participatiewet vorm gegeven. De afwijking betreft vooral het ontbreken van een verplichtend karakter. Staatsecretaris Klijnsma gaat de gemeenten er nogmaals op wijzen dat zij hun verordening aan de wet moeten aanpassen. Zij ziet daar geen probleem in, omdat ook vrijwilligerswerk in ruime mate als tegenprestatie kan worden aangemerkt.

De gemeentelijke ongehoorzaamheid blijkt uit een onderzoek van de Inspectie SZW naar de uitvoering van de tegenprestatie als onderdeel van de sinds 1 januari 2015 ingevoerde Participatiewet.
Volgens de wet heeft de tegenprestatie een verplichtend karakter en er moet geregeld zijn dat als betrokkene de tegenprestatie verwijtbaar niet uitvoert dat er maatregelen worden opgelegd. Vorig jaar mei kwamen er signalen dat bij meer gemeenten de tegenprestatie niet in lijn met de wet zou zijn geregeld.

Anders interpreteren

Van de 29 gemeenten hebben negen gemeenten intussen aangegeven, na het onderzoek van de Inspectie, dat zij de verordening zullen aanpassen. De rest geeft aan de wet anders te interpreteren of zijn niet overtuigd van nut en noodzaak.
Volgens Klijnsma moeten ook de 20 resterende gemeenten zich gewoon aan de wet houden: “Bij de invulling van de tegenprestatie hebben gemeenten een grote mate van beleidsvrijheid. De beleidsvrijheid strekt echter niet zo ver dat gemeenten de wettelijke bevoegdheid hebben om in de verordening de tegenprestatie niet als verplichting op te nemen.”

Beleidsvrijheid ruim genoeg

De beleidsvrijheid is volgens Klijnsma dermate ruim, dat zij niet echt een probleem ziet: “Het is van belang dat uitkeringsgerechtigden invloed kunnen hebben op de keuze van de maatschappelijk nuttige activiteiten, zodat de activiteiten zoveel mogelijk aansluiten bij hun wensen en mogelijkheden. Dat werkt motiverend. Ik zie dan ook het liefste dat mensen zelf met voorstellen komen voor maatschappelijk nuttige activiteiten. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat iemand al vrijwilligerswerk verricht. Het college kan dat dan als tegenprestatie aanmerken.”

Klijnsma schrijft haar bevindingen in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin geeft ze ook aan komende periode met de gemeenten en de VNG te overleggen om ook de dissidenten in het wettelijke gareel te krijgen.

Lees hier de brief aan de tweede Kamer en het rapport van de Inspectie SZW

 

Lees ook:

Tags assigned to this article:
gemeenteparticipatiepolitiek